ECLI:NL:RBDHA:2023:12366
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- I.A.M. van Boetzelaer - Gulyas
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen feitelijke uitzetting naar Frankrijk
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen zijn feitelijke overdracht aan Frankrijk, gepland op 14 augustus 2023. Hij voert aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel jegens Frankrijk niet kan worden aangenomen vanwege opvangproblemen en verwijst naar diverse rapporten en media.
De staatssecretaris heeft het verzoek beantwoord met een verweerschrift en stelt dat het bezwaar zich beperkt tot de wijze van uitvoering van de uitzetting en dat er geen nieuwe feiten zijn die de rechtmatigheid van de overdracht in twijfel trekken.
De voorzieningenrechter overweegt dat de bezwaargronden van verzoeker niet afwijken van eerdere bezwaren die reeds door de rechtbank en het gerechtshof zijn beoordeeld en verworpen. Er is geen sprake van nieuwe feiten of omstandigheden die een voorlopige voorziening rechtvaardigen.
Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek af en is er geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de feitelijke overdracht aan Frankrijk is afgewezen wegens gebrek aan nieuwe feiten of omstandigheden.