ECLI:NL:RBDHA:2023:12337
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen terugvordering voorschot kindgebonden budget faalt wegens ontbreken gerechtvaardigd vertrouwen
Eiseres ontving in 2021 een voorschot kindgebonden budget dat onterecht was verhoogd met een tegemoetkoming voor alleenstaande ouders, doordat de toeslagpartner niet correct was verwerkt. Na correctie werd het voorschot verlaagd en het teveel betaalde bedrag teruggevorderd.
Eiseres betoogde dat zij op grond van het vertrouwensbeginsel mocht vertrouwen op het oorspronkelijke voorschot en dat de terugvordering in strijd was met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur en het evenredigheidsbeginsel. De rechtbank oordeelde dat het vertrouwensbeginsel niet slaagt omdat geen ondubbelzinnige, onvoorwaardelijke toezeggingen zijn gedaan die gerechtvaardigde verwachtingen wekten.
Verder is de situatie van een voorschot kindgebonden budget anders dan die van een uitkering op grond van de Wet werk en bijstand, zodat jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep niet van toepassing is. De financiële situatie van eiseres vormt geen bijzondere omstandigheid om terugvordering te matigen, mede omdat een betalingsregeling mogelijk is.
De rechtbank concludeert dat de terugvordering rechtmatig is en dat eiseres geen vergoeding van proceskosten ontvangt. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de terugvordering van het teveel ontvangen voorschot kindgebonden budget wordt ongegrond verklaard.