ECLI:NL:RBDHA:2023:12083

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
8 augustus 2023
Publicatiedatum
14 augustus 2023
Zaaknummer
NL23.15677
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • B.F.Th. de Roos
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 30 Vreemdelingenwet 2000DublinverordeningArrest Hof van Justitie EU 19 maart 2019 ECLI:EU:C:2019:218
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Frankrijk

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om haar asielaanvraag niet in behandeling te nemen op grond van de Dublinverordening, omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling.

De rechtbank stelt vast dat eiseres eerder in Frankrijk asiel heeft aangevraagd en het EU-grondgebied niet heeft verlaten, waardoor Frankrijk volgens het interstatelijk vertrouwensbeginsel verantwoordelijk blijft. Eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat dit vertrouwen moet worden doorbroken.

Zij voerde aan in Frankrijk geen medische zorg te hebben ontvangen en dat zij niet naar school kon, maar deze stellingen zijn onvoldoende onderbouwd. Ook haar vrees voor refoulement naar Eritrea is niet bewezen, en zij heeft geen klachten of rechtsmiddelen bij Franse autoriteiten aangewend.

De rechtbank concludeert dat de staatssecretaris terecht het beroep ongegrond verklaarde en wijst een proceskostenveroordeling af.

Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen het besluit om haar asielaanvraag niet in behandeling te nemen wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.15677
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], eiseres

V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. R. Bom),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. H.J. Metselaar).

Procesverloop

Bij besluit van 26 mei 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiseres niet in behandeling genomen op de grond dat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. [1]
Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De rechtbank heeft het beroep op 3 augustus 2023 op zitting behandeld te Breda. Eiseres is verschenen en bijgestaan door haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Overwegingen

1. Niet in geschil is dat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling van het asielverzoek van eiseres. Eiseres heeft eerder in Frankrijk asiel aangevraagd en heeft het grondgebied van de Europese unie in de tussentijd niet verlaten. In geschil is of verweerder de verantwoordelijkheid voor de behandeling van eiseres’ asielaanvraag aan zich had moeten trekken.
2. Als uitgangspunt geldt dat verweerder op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel ervan uit mag gaan dat Frankrijk zijn verdragsverplichtingen zal nakomen. [2] Gelet op het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie in de zaak Jawo [3] , ligt de lat hiervoor hoog. Het is aan eiseres om aannemelijk te maken dat niet langer van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan worden uitgegaan. Eiseres is hier niet in geslaagd.
3. Eiseres stelt dat zij in Frankrijk geen medische zorg heeft gehad, maar zij heeft dit niet onderbouwd. Haar verklaringen tijdens het aanmeldgehoor wijzen er verder op dat eiseres in Frankrijk een medische behandeling heeft verkregen voor haar klachten. [4] Ook stelt zij dat zij in Frankrijk niet naar school kon en dat ze lang heeft moest wachten op een besluit op haar aanvraag. Ook die stellingen heeft zij niet onderbouwd.
4. Eiseres heeft verder aangevoerd dat er een gevaar aanwezig is dat de Franse autoriteiten haar terugsturen naar Eritrea en daarmee in strijd handelen met het verbod op refoulement. Eiseres heeft dit niet onderbouwd. Ook heeft eiseres geen uitleg kunnen geven over de in Frankrijk gevoerde procedure. Dit betekent dat verweerder ervan uit mag gaan dat er geen sprake zal zijn van uitzetting naar het land van herkomst in strijd met het verbod van refoulement.
5. Voorts stelt verweerder terecht dat eiseres bij voorkomende problemen dient te klagen bij de Franse autoriteiten. Dat houdt ook in dat eiseres moet onderzoeken of zij een rechtsmiddel kan instellen tegen een afwijzend besluit in Frankrijk. Niet is gebleken dat eiseres heeft geklaagd of rechtsmiddelen heeft aangewend.
6. Het beroep is ongegrond.
7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 3 augustus 2023 door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. N.F. Kreeftmeijer, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.

Voetnoten

1.Op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000.
2.Zie ook de uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 21 april 2021, ECLI:NL:RVS:2021:816, en van 16 juni 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1256.
3.Arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 19 maart 2019, ECLI:EU:C:2019:218.
4.Het rapport van het aanmeldgehoor van 27 december 2022, pagina 10.