ECLI:NL:RBDHA:2023:11907

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
4 augustus 2023
Publicatiedatum
10 augustus 2023
Zaaknummer
NL23.16861
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • B.F.Th. de Roos
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 Dublin-verordeningArt. 4 Dublin-verordening
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling beroep tegen niet-in-ontvangstneming asielaanvraag wegens Dublin-verantwoordelijkheid Frankrijk

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling volgens de Dublin-verordening.

De rechtbank heeft vastgesteld dat Frankrijk inderdaad verantwoordelijk is en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel in beginsel geldt. Eiser moest aannemelijk maken dat dit vertrouwensbeginsel niet van toepassing kon zijn vanwege ernstige tekortkomingen in de Franse asielprocedure of opvang, maar hierin is hij niet geslaagd.

De rechtbank oordeelde dat niet elk gebrek in de opvang of procedure voldoende is om het vertrouwensbeginsel te doorbreken; er geldt een hoge drempel van zwaarwegendheid, zoals in het arrest Jawo. De algemene verwijzing naar het AIDA-rapport en de omstandigheden van eiser, waaronder zijn verblijf bij familie en recht op nachtopvang, waren onvoldoende.

Verder is het volgens de rechtbank niet onredelijk dat eiser na aankomst in Frankrijk zelfstandig naar de opvanglocatie reist. Klachten over tekortkomingen kunnen bij de Franse autoriteiten worden ingediend, en er is geen bewijs dat dit zinloos is. Daarom verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en wijst het af.

Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.16861
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], eiser

V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. J.J.J. Jansen),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. H.J. Metselaar).

Procesverloop

Bij besluit van 8 juni 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen op de grond dat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De rechtbank heeft het beroep op 3 augustus 2023 op zitting te Breda behandeld. Eiser en verweerder hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden.
Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Overwegingen

1. Niet in geschil is dat Frankrijk verantwoordelijk is voor de asielaanvraag van eiser. In geschil is of ten aanzien van Frankrijk nog van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan worden uitgaan. Uitgangspunt is dat verweerder in zijn algemeenheid ten opzichte van Frankrijk mag uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Dit volgt ook uit de uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) van 16 juni 2021 (ECLI:NL:RVS:2021:1256) en van 9 maart 2022 (ECLI:NL:RVS:2022:715). Het is aan eiser om aannemelijk te maken dat in zijn geval niet van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan worden uitgegaan. Eiser is daarin niet geslaagd.
2. Niet elk gebrek in de asielprocedure of de opvangsituatie leidt ertoe dat niet meer kan worden uitgegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Hiervoor geldt een bijzonder hoge drempel van zwaarwegendheid, zoals bedoeld in het arrest Jawo. [1] De algemene verwijzing van eiser naar het rapport van AIDA is hiervoor onvoldoende. Uit die rapportage maakt de rechtbank niet op dat Dublinterugkeerders geen opvang kunnen verkrijgen. Eiser heeft bovendien verklaard dat hij tijdens zijn asielprocedure in Frankrijk recht had op nachtopvang. Daaruit volgt dat er sprake was van opvang. Daarnaast heeft hij naar eigen zeggen lang bij zijn oom of een vriend van die oom verbleven.
3. Als eiser wordt overgedragen aan Frankrijk dan zal hij naar alle waarschijnlijkheid aankomen op het vliegveld in Lyon. Hij zal dan op eigen gelegenheid moeten reizen naar de hem toegewezen opvanglocatie. Dat is een belemmering, maar met dat gebrek wordt de bijzondere hoge drempel van Jawo niet gehaald.
4. Als eiser in Frankrijk wordt geconfronteerd met tekortkomingen bij de behandeling van zijn asielaanvraag, in de opvangvoorzieningen, of anderszins, ligt het op zijn weg hierover bij de Franse autoriteiten te klagen. Niet is gebleken dat klagen bij de Franse autoriteiten niet mogelijk of bij voorbaat zinloos is.
5. Het beroep is ongegrond.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 3 augustus 2023 door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. S.D.C.J. Verheezen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.

Voetnoten

1.Arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 19 maart 2019 (ECLI:EU:C:2019:218).