ECLI:NL:RBDHA:2023:11797
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvragen wegens Dublinverordening en Kroatië
Eiseres en haar minderjarige kinderen dienden asielaanvragen in die de staatssecretaris niet in behandeling nam omdat Kroatië volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. De rechtbank beoordeelde het beroep tegen deze beslissing.
De staatssecretaris voerde aan dat Kroatië het verzoek tot terugname had geaccepteerd en dat onderzoek naar mogelijke pushbacks en schendingen van mensenrechten had plaatsgevonden. Dit onderzoek bestond uit navraag bij Kroatische autoriteiten en het meenemen van rapporten van VluchtelingenWerk Nederland en het Kroatische Centre for Peace Studies.
Eiseres stelde dat het onderzoek onvoldoende was en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet kon worden toegepast vanwege vermoedens van pushbacks en schendingen in Kroatië. De rechtbank oordeelde dat het onderzoek adequaat was en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel kon worden toegepast. De informatie van Kroatische autoriteiten werd als recenter en specifieker beschouwd dan de door eiseres aangehaalde rapporten.
De rechtbank concludeerde dat de staatssecretaris terecht de asielaanvragen buiten behandeling stelde en verklaarde het beroep ongegrond. Eiseres kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en handhaaft het besluit om de asielaanvragen niet in behandeling te nemen.