Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
nietheropend.
Overwegingen
verweerder heeft verzuimd om het impliciete beroep op artikel 8 EVRM Pro mee te wegen bij de oplegging van een terugkeerbesluit”.
op6 mei 2022 een terugkeerbesluit is opgelegd en uitgereikt. Verweerder ziet dan ook in de argumenten van eiser dat hij de strekking van de terugkeerplicht niet heeft begrepen en dat hij niet wist wat de beroepstermijn was, geen reden om het te late instellen van het beroep verschoonbaar te achten. Verweerder handhaaft overigens het inreisverbod.
het hem niet duidelijk was dat aan hem een terugkeerbesluit met een vertrektermijn is uitgereikt en dat hem ook niet is verteld dat hij binnen vier weken beroep kon instellen bij de rechtbank”. Gemachtigde van eiser heeft ter zitting hier aan toegevoegd dat voor zover verweerder zich op het standpunt stelt dat eiser tenminste op 26 oktober 2022 bekend is geraakt met het terugkeerbesluit, het beroep tijdig is ingesteld en dus ontvankelijk is.
op enig momentis uitgereikt.
isopgelegd, wordt ook niet aangemerkt als het uitreiken van dit betreffende besluit. Dat eiser moet hebben begrepen dat op hem een terugkeerplicht rust, kan evenmin met zich brengen dat geen gevolgen moeten worden verbonden aan het niet kunnen vaststellen dat sprake is van een rechtsgeldig uitgereikt terugkeerbesluit. Evenmin wordt het ter beschikking stellen van de bewaringsstukken aan de rechtbank en aan de gemachtigde aangemerkt als het toezenden van een 5,5 maand eerder genomen terugkeerbesluit aan de gemachtigde. De gemachtigde van eiser had immers op dat moment uitsluitend beroep ingesteld tegen de bewaringsmaatregel en was op dat moment dus niet de gemachtigde die eiser bijstond in een beroepsprocedure gericht tegen de oplegging van het terugkeerbesluit. Het toevoegen van een besluit aan een digitaal dossier in een procedure die niet is ingeleid met een beroep tegen dat besluit, kan niet worden aangemerkt als een rechtsgeldige uitreiking van dat besluit. Voor zover verweerder heeft aangenomen dat de gemachtigde in de bewaringsprocedure eiser ook wel zou bijstaan bij het mogelijk aanwenden van een rechtsmiddel tegen het terugkeerbesluit, overweegt de rechtbank dat deze aanname onjuist is. Verweerder bepaalt immers niet welke rechtszoekende zich door welke gemachtigde zal laten bijstaan. Dat bepalen alleen de rechtszoekende en de gemachtigde zelf. Verweerder mag dus ook niet aannemen dat er tussen eiser een gemachtigde overeenstemming hierover zal ontstaan omdat verweerder een niet uitgereikt besluit aan de gemachtigde in de bewaringsprocedure ter beschikking stelt door dit aan het digitale dossier toe te voegen.
op6 mei 2022.
verweerder te gelasten nieuwe besluiten te nemen”.
ambtshalve beoordelingvan de rechtsgeldigheid en de rechtsmatigheid van het terugkeerbesluit is verricht terwijl de bewaringsmaatregel niet ter toetsing voorligt. De rechtbank is bekend met de actuele jurisprudentie over wat de bestuursrechter ambtshalve moet, mag en verboden is te beoordelen.
wederom) de noodzaak blijkt van de verplichting voor de bewaringsrechter in alle instanties om (ook)
ambtshalvealle rechtmatigheidsaspecten van de oplegging en voortduring van de maatregel grondig te onderzoeken en te beoordelen.
Beslissing
- verklaart het beroep voor zover dit is gericht tegen het terugkeerbesluit niet-ontvankelijk;
- verklaart het beroep voor zover dit is gericht tegen het inreisverbod gegrond
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.674,00.