ECLI:NL:RBDHA:2023:11285
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen voortduren maatregel bewaring vreemdeling ondanks te vroege kennisgeving
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid legde op 12 maart 2023 een maatregel van bewaring op aan eiser op grond van de Vreemdelingenwet 2000. De maatregel duurt voort en de staatssecretaris stelde de rechtbank op 11 juli 2023 in kennis van het voortduren van de bewaring, wat gelijkgesteld werd met een beroep van eiser.
Eiser betoogde dat de kennisgeving onjuist was omdat hij op 29 juni 2023 al een vervolgberoep had ingesteld, waardoor de kennisgeving te vroeg was. De rechtbank oordeelde dat de kennisgeving feitelijk onjuist was, maar dat dit niet in het nadeel van eiser was omdat het alleen betekende dat de rechtmatigheid van de bewaring eerder werd getoetst dan strikt noodzakelijk.
Verder voerde eiser aan dat de staatssecretaris onvoldoende voortvarend was in de uitzetting, onder meer door het ontbreken van een betere scan van de ID-kaart bij de laissez-passer aanvraag. De rechtbank vond echter dat uit de voortgangsrapportage bleek dat de staatssecretaris wel degelijk actief werkte aan de uitzetting.
De rechtbank concludeerde dat er geen grond was om de rechtmatigheid van de maatregel van bewaring sinds 6 juli 2023 te betwisten en verklaarde het beroep ongegrond. Wel veroordeelde zij de staatssecretaris tot betaling van de proceskosten van €837 aan eiser vanwege de onjuiste kennisgeving.
Uitkomst: Het beroep tegen de voortzetting van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten.