ECLI:NL:RBDHA:2023:11138
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ingangsdatum verblijfsvergunning asiel bij formele indiening aanvraag
Eiser betwistte de ingangsdatum van zijn verblijfsvergunning asiel, omdat hij zich eerder had gemeld bij het aanmeldcentrum Ter Apel dan de datum waarop hij formeel zijn asielaanvraag indiende. De staatssecretaris had de vergunning toegekend met ingang van de datum van het indienen van het M35-H formulier, waarop eiser formeel zijn aanvraag deed.
De rechtbank analyseerde de relevante wet- en regelgeving, waaronder artikel 44 van Pro de Vreemdelingenwet, de Awb, het Vreemdelingenbesluit en de Europese Procedurerichtlijn. Uit jurisprudentie en de systematiek van de regelgeving volgt dat het kenbaar maken van de asielwens niet gelijkstaat aan het formeel indienen van de aanvraag. De ingangsdatum van de vergunning kan niet eerder zijn dan de datum waarop aan alle wettelijke vereisten voor indiening is voldaan.
De rechtbank concludeerde dat de staatssecretaris terecht de ingangsdatum heeft vastgesteld op 17 juli 2022, de datum van het indienen van het M35-H formulier, en dat dit niet in strijd is met de Procedurerichtlijn. Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard en hij kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de ingangsdatum van de verblijfsvergunning op 17 juli 2022.