ECLI:NL:RBDHA:2023:10963
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J. Boerlage - van den Bosch
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen voortduren maatregel bewaring vreemdeling uit Marokko ongegrond verklaard
Eiser, een vreemdeling van Marokkaanse nationaliteit, is op 27 februari 2023 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding. De rechtbank toetste of sinds het sluiten van het vorige onderzoek op 26 mei 2023 de maatregel rechtmatig was.
Eiser voerde aan dat verweerder onvoldoende voortvarend handelt en dat geen zicht bestaat op uitzetting binnen een redelijke termijn. Ook stelde hij dat ten onrechte geen lichter middel is toegepast en klaagde over een strikt beheersregime en medische klachten. De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat een lichter middel effectief zou zijn en dat de beschikbare zorg toereikend is. Ook is niet gebleken dat het beheersregime onevenredig bezwarend is.
Verweerder heeft meerdere keren gerappelleerd op de laissez-passer aanvraag bij de Marokkaanse autoriteiten en heeft vertrekgesprekken gevoerd met eiser. Er is geen aanwijzing dat Marokko in het algemeen of voor eiser in het bijzonder geen laissez-passer zal afgeven. Eiser heeft niet aangetoond dat hij ook de Algerijnse nationaliteit bezit, zodat een lp-traject bij Algerije niet is gestart. De rechtbank stelt dat eiser onvoldoende meewerkt aan zijn uitzetting, waardoor het voortduren van de bewaring voor zijn rekening komt.
Gelet op het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie en eerdere jurisprudentie acht de rechtbank de maatregel niet onrechtmatig. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.