Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser], eiser
Procesverloop
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Algerijnse nationaliteit, was in bewaring gesteld op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Nadat de bewaring was opgeheven, stelde eiser beroep in tegen deze maatregel en verzocht om schadevergoeding wegens vermeende onrechtmatigheden.
De rechtbank beoordeelde of de tenuitvoerlegging van de bewaring onrechtmatig was. Diverse beroepsgronden van eiser, zoals het te laat ontvangen dossier, het tijdstip van binnentreden, onduidelijkheid over de grondslag van ophouding, het ontbreken van gevaar voor onderduiken, en de detentieomstandigheden, werden stuk voor stuk verworpen.
De rechtbank oordeelde dat verweerder voldoende gronden had voor de bewaring, waaronder het ontvangen overdrachtsbesluit en het risico op onderduiken. Tevens was het toepassen van een lichter middel niet passend gezien de omstandigheden. De detentieomstandigheden waren onvoldoende onderbouwd om onrechtmatigheid aan te nemen.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.