Eiseres werkte als postvoorbereider en meldde zich ziek op 6 juli 2020. Het UWV beëindigde haar Ziektewetuitkering per 6 september 2021 omdat zij volgens medisch en arbeidskundig onderzoek meer dan 65% van haar eerdere loon kan verdienen. Eiseres stelde dat zij gediagnosticeerd is met fibromyalgie en dat haar beperkingen, waaronder een ligbehoefte, onvoldoende zijn meegewogen, wat volgens haar tot een andere beoordeling had moeten leiden.
De rechtbank beoordeelde het medisch onderzoek als zorgvuldig en vond dat de verzekeringsarts alle klachten adequaat had betrokken. De diagnose fibromyalgie werd erkend, maar de rechtbank vond onvoldoende medische onderbouwing voor extra beperkingen. Ook het verzoek om een urenbeperking werd niet gevolgd, mede vanwege de uitleg van de verzekeringsarts over de Standaard duurbelastbaarheid.
De rechtbank benadrukte dat de verzekeringsarts niet verplicht is om afwijkingen van de bedrijfsarts uitgebreid te motiveren en dat de beoordeling van beperkingen objectief moet zijn. De arbeidsdeskundige concludeerde dat eiseres meer dan 65% van haar loon kan verdienen. Het beroep van eiseres werd ongegrond verklaard en zij kreeg geen proceskostenvergoeding.