Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 29 juni 2023 in de zaak tussen
[eiser] en [eiseres], uit [woonplaats] (eisers)
het college van burgemeester en wethouders van Den Haag (het college)
de Staat der Nederlanden (minister van Justitie en Veiligheid) (de Staat).
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Conclusie en gevolgen
Redelijke termijn
Beslissing
- verklaart de beroepen ongegrond;
- veroordeelt het college tot vergoeding van immateriële schade tot een bedrag van € 535,71;
- veroordeelt de Staat tot vergoeding van immateriële schade tot een bedrag van € 964,29;
- veroordeelt het college in de proceskosten van eisers tot een bedrag van € 209,25;
- veroordeelt de Staat in de proceskosten van eisers tot een bedrag van € 209,25.