Uitspraak
[Klager],
Inleiding
- de chatgesprekken tussen de klager en mevrouw [naam] tussen 19 februari 2021 en 20 januari 2022;
- de chatgesprekken van de chatgroep ‘Huisartsenzorg’ tussen 20 februari 2021 en 21 januari 2022.
Rechtbank Den Haag
De huisarts wordt verdacht van dood door schuld van zijn patiënte en echtgenote. De rechter-commissaris kwalificeerde bepaalde stukken als geheimhouderstukken, maar besloot het verschoningsrecht te doorbreken vanwege zeer uitzonderlijke omstandigheden. Op 23 februari 2022 werd beslag gelegd op de telefoon en het medisch dossier van de patiënte.
De klager voerde aan dat het verschoningsrecht gerespecteerd moest worden, dat onvoldoende feiten een verdenking rechtvaardigen en dat het onderzoek proportioneel beperkt moest worden. De officier van justitie stelde dat het belang van waarheidsvinding bij een ernstig levensdelict prevaleert, en dat het onderzoek beperkt kan worden tot relevante periodes en gegevens.
De rechtbank oordeelde dat het verschoningsrecht niet absoluut is en dat het maatschappelijk belang bij waarheidsvinding in deze zaak zwaarder weegt. Er is een redelijk vermoeden van betrokkenheid bij dood door schuld, mede gebaseerd op het schouwrapport en verklaringen. Het belang van het medisch dossier en chatgesprekken voor het strafrechtelijk onderzoek is groot en kan niet anderszins worden verkregen.
De rechtbank verklaarde het beklag deels gegrond door het verschoningsrecht te respecteren voor gegevens van vóór 1 januari 2017 en voor chatgegevens van andere patiënten dan de echtgenote. Voor de overige gegevens werd het verschoningsrecht doorbroken en kennisneming toegestaan.
Deze beslissing balanceert het recht op vertrouwelijkheid van medische gegevens met het belang van strafrechtelijk onderzoek bij een ernstig misdrijf.
Uitkomst: Het verschoningsrecht wordt deels doorbroken voor medische gegevens vanaf 1 januari 2017, met behoud van bescherming voor oudere gegevens en gegevens van andere patiënten.