ECLI:NL:RBDHA:2022:9130
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beslistermijn en besluit- en vertrekmoratorium bij asielaanvraag Oekraïense vreemdeling
Eiser, een Oekraïense vreemdeling, diende op 24 januari 2020 een asielaanvraag in die aanvankelijk werd afgewezen, maar later opnieuw werd beoordeeld. Na het afkondigen van een besluit- en vertrekmoratorium voor Oekraïners per 23 februari 2022, stelde eiser dat de beslistermijn van 21 maanden was overschreden en dat verweerder te laat was met beslissen.
De rechtbank stelde vast dat de beslistermijn van 21 maanden voor de aanvraag van eiser al was verlopen vóór het moratorium in werking trad. Verweerder mocht op grond van het besluit- en vertrekmoratorium geen besluiten nemen zolang het moratorium gold, maar de rechtbank oordeelde dat dit niet gold indien de beslistermijn al verstreken was.
De rechtbank concludeerde dat de staatssecretaris verplicht is alsnog binnen vier weken een besluit te nemen en legde een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €7.500 bij overschrijding. De rechtbank wees een verzoek om een bestuurlijke dwangsom af vanwege een tijdelijke wet die deze dwangsommen opschort. Daarnaast veroordeelde de rechtbank verweerder in de proceskosten van eiser.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt verweerder op binnen vier weken alsnog een besluit te nemen, met een dwangsom bij overschrijding.