ECLI:NL:RBDHA:2022:883
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing maatregel bewaring wegens gebrek aan zicht op uitzetting naar Algerije
Eiser, met de Algerijnse nationaliteit, werd op 11 januari 2022 een maatregel van bewaring opgelegd op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde dat er geen zicht was op uitzetting naar Algerije binnen een redelijke termijn, verwijzend naar eerdere jurisprudentie. Tijdens de zitting op 2 februari 2022 lichtte verweerder toe dat er sinds maart 2020 slechts beperkt presentaties en laissez-passers zijn geweest, en dat de Algerijnse autoriteiten niet voldoende medewerking verlenen.
De rechtbank oordeelde dat ondanks enkele recente presentaties en verstrekte laissez-passers aan het IOM, dit onvoldoende is om te spreken van zicht op uitzetting. Bovendien was eiser gepland voor een presentatie waarop hij niet meewerkte, maar staat hij nu gepland voor een volgende presentatie. De maatregel van bewaring werd daarom onrechtmatig geacht en per 3 februari 2022 opgeheven.
Daarnaast kende de rechtbank aan eiser een schadevergoeding toe voor 23 dagen onrechtmatige vrijheidsontneming, en veroordeelde de Staat tot betaling van proceskosten. Het hoger beroep kan worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na bekendmaking.
Uitkomst: De maatregel van bewaring wordt opgeheven wegens gebrek aan zicht op uitzetting naar Algerije en eiser ontvangt een schadevergoeding.