ECLI:NL:RBDHA:2022:8252
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging schorsing rijbewijs en onderzoek rijgeschiktheid wegens lachgasgebruik
Eiser werd op 4 juni 2021 staande gehouden door de politie vanwege vermoedelijk gebruik van lachgas tijdens het autorijden. Op 3 juli 2021 werd een proces-verbaal opgemaakt waarin de verbalisant beschreef dat eiser een opgeblazen ballon inhaleerde tijdens het rijden en niet gehoor gaf aan het bevel om stil te staan. Verweerder legde daarop een onderzoek naar de rijgeschiktheid op en schorste de geldigheid van het rijbewijs van eiser.
Eiser betwistte het gebruik van lachgas en stelde dat zijn bijrijder de gebruiker was, en dat een urinetest niet was uitgevoerd. Ook verwees hij naar een bloedonderzoek waaruit geen stoffen werden aangetroffen die rijvaardigheid beïnvloeden. De rechtbank oordeelde echter dat verweerder terecht uitging van het op ambtseed opgemaakte proces-verbaal en dat het vermoeden van ernstig gestoord inzicht of gedrag door lachgasgebruik voldoende aannemelijk was.
De rechtbank wees erop dat verweerder niet verplicht was een eigen onderzoek te doen tenzij er objectieve redenen waren om aan het proces-verbaal te twijfelen. De stelling van eiser werd niet met bewijs onderbouwd en het bloedonderzoek was niet relevant voor het vaststellen van lachgasgebruik. Ook een mogelijk strafrechtelijk sepot was niet relevant voor deze bestuursrechtelijke procedure.
Het beroep werd ongegrond verklaard, waarmee het besluit tot schorsing van het rijbewijs en het opleggen van het onderzoek naar rijgeschiktheid in stand bleef. Eiser kreeg geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de schorsing van het rijbewijs en het opleggen van het onderzoek naar rijgeschiktheid is ongegrond verklaard.