ECLI:NL:RBDHA:2022:8211
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen beslissing UWV over arbeidsgeschiktheid en ZW-uitkering
Eiseres, werkzaam als ADL-verzorgende, meldde zich ziek op 14 mei 2018 en ontving een eerstejaars ZW-beoordeling waarin zij geschikt werd geacht voor bepaalde functies. Het UWV besloot dat zij per 23 juni 2020 arbeidsgeschikt was en daarom geen recht had op een ZW-uitkering. Eiseres betwistte dit en overhandigde medische stukken ter onderbouwing van haar klachten en beperkingen.
De rechtbank beoordeelde de medische rapporten, waaronder die van de verzekeringsarts B&B, en concludeerde dat de beperkingen die bij de eerstejaars ZW-beoordeling waren vastgesteld nog steeds van toepassing zijn. De aanvullende medische informatie van eiseres bracht geen nieuwe feiten aan het licht die tot een andere conclusie leiden.
De rechtbank volgde het UWV in het standpunt dat eiseres in staat is om ten minste één van de voor haar geschikte functies te verrichten, met name de functie van administratief medewerker (document scannen). Het beroep werd daarom ongegrond verklaard, en eiseres kreeg geen vergoeding van proceskosten of griffierecht terug.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen het UWV-besluit is ongegrond verklaard omdat zij arbeidsgeschikt is voor ten minste één van de vastgestelde functies.