ECLI:NL:RBDHA:2022:8204
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsrecht wegens schijnhuwelijk door onvoldoende motivering en schending hoorplicht
Eiseres, van Albanese nationaliteit, diende een aanvraag in voor afgeleid verblijfsrecht als partner van een Unieburger met Nederlandse verblijfsvergunning. Verweerder wees de aanvraag af wegens een vermeend schijnhuwelijk, gebaseerd op tegenstrijdige verklaringen en onvoldoende bewijs van een oprechte relatie.
De rechtbank constateerde dat verweerder onvoldoende onderzoek had gedaan naar de door eiseres overgelegde bewijsstukken, waaronder huwelijksdocumenten, poststukken die samenwonen aantonen, en verklaringen van familieleden. Ook werd de verklaring van de dochters van referent onterecht terzijde geschoven zonder herstelverzuim te verlenen. Daarnaast had verweerder de hoorplicht geschonden door eiseres en referent niet te horen in de beroepsfase.
De rechtbank oordeelde dat het bestreden besluit niet zorgvuldig was voorbereid en onvoldoende was gemotiveerd. Verweerder kreeg de opdracht binnen acht weken een nieuw besluit te nemen, waarbij de stukken zorgvuldig en in samenhang moeten worden beoordeeld. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiseres.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van het verblijfsrecht wordt vernietigd met opdracht tot hernieuwde besluitvorming.