ECLI:NL:RBDHA:2022:7909
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ingangsdatum verblijfsvergunning asiel bij opvolgende aanvraag
Eiser, een Afghaanse asielzoeker, heeft meerdere aanvragen voor een verblijfsvergunning asiel ingediend, waarvan eerdere aanvragen zijn afgewezen. Op 4 maart 2022 verleende de staatssecretaris een verblijfsvergunning met ingang van 1 augustus 2020 naar aanleiding van een aanvraag van 30 juli 2020.
Eiser betwist de ingangsdatum en stelt dat zijn aanvraag moet worden gezien als een verzoek om bestuurlijke heroverweging van eerdere besluiten, waardoor de vergunning met terugwerkende kracht vanaf een eerdere datum zou moeten ingaan. De rechtbank onderzoekt of de aanvraag als zodanig kan worden aangemerkt.
De rechtbank concludeert dat uit de aanvraag niet blijkt dat het een verzoek om bestuurlijke heroverweging betreft. De toelichting op de aanvraag verwijst naar een verslechterde veiligheidssituatie en gewijzigde omstandigheden, en niet naar een verzoek om heroverweging van eerdere besluiten. Daarom is de ingangsdatum van 1 augustus 2020 terecht vastgesteld.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de ingangsdatum van de verblijfsvergunning op 1 augustus 2020.