ECLI:NL:RBDHA:2022:746
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging last onder bestuursdwang ontruiming sociale huurwoning wegens vervallen huisvestingsvergunning
Eiser kreeg een last onder bestuursdwang opgelegd om zijn sociale huurwoning binnen acht weken te ontruimen omdat hij de woning zonder geldige huisvestingsvergunning zou gebruiken en deze aan derden zou hebben gegeven zonder vergunning. Verweerder stelde dat eiser de woning vanaf 4 september 2020 had verlaten en pas op 10 maart 2021 terugkeerde, waarbij anderen de woning gebruikten.
Eiser voerde aan dat hij regelmatig in Nederland verbleef en de woning als uitvalsbasis gebruikte. Hij overhandigde bankafschriften ter onderbouwing, maar de rechtbank vond deze onvoldoende om aan te tonen dat hij daadwerkelijk hoofdverblijf had. Diverse huisbezoeken en verklaringen van omwonenden en derden wezen op langdurige afwezigheid en gebruik door anderen.
De bezwaaradviescommissie had geadviseerd het bezwaar gegrond te verklaren, maar verweerder week hiervan gemotiveerd af. De rechtbank vond de motivering van verweerder voldoende en oordeelde dat eiser de woning had verlaten, waardoor zijn huisvestingsvergunning verviel. Het beroep werd ongegrond verklaard en de last onder bestuursdwang bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de last onder bestuursdwang tot ontruiming van de sociale huurwoning is ongegrond verklaard.