ECLI:NL:RVS:2001:AD7668
Raad van State
- Hoger beroep
- J.A.E. van der Does
- R.E.A. Matulewicz
- Rechtspraak.nl
Vordering gebruik woning zonder geldige huisvestingsvergunning afgewezen door Raad van State
Appellanten betwistten dat sprake was van illegale bewoning omdat de huisvestingsvergunning niet was ingetrokken en voerden aan dat de maximaal toelaatbare huur hoger moest worden vastgesteld. Verweerders stelden dat de vergunning was vervallen omdat appellant zich had uitgeschreven en niet aannemelijk had gemaakt dat hij daadwerkelijk in de woning bleef wonen.
De Raad van State oordeelde dat de vergunning na het verlaten van de woning niet opnieuw kan worden gebruikt en dat appellanten onvoldoende aannemelijk hadden gemaakt dat er geen verhuizing had plaatsgevonden. De woning was zonder vergunning in gebruik genomen, wat een grond voor vordering is volgens de Huisvestingswet.
Verder was de puntentelling van de woning door een ambtenaar van de buitendienst gedetailleerd en niet gemotiveerd betwist. De Raad zag geen reden om te twijfelen aan de juistheid daarvan. Ook werd het bezwaar dat het besluit niet conform de wet bekend was gemaakt verworpen omdat appellanten daardoor niet waren benadeeld.
De Afdeling bestuursrechtspraak verklaarde het beroep ongegrond en handhaafde het besluit van burgemeester en wethouders om het gebruik van de woning voor tien jaar te vorderen.
Uitkomst: Het beroep tegen de vordering van het gebruik van de woning zonder geldige huisvestingsvergunning is ongegrond verklaard.