Uitspraak
Rechtbank den haag
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling van het geschil
5.De beslissing
uitsluitendvoor de periode totdat Rabobank hem een convenantrekening heeft verstrekt;
Rechtbank Den Haag
Eiser, houder van een betaal- en spaarrekeningen bij Rabobank, werd betrokken bij fraude waarbij zijn betaalrekening werd gebruikt voor oplichting door derden die zich voordeden als bankmedewerkers. Ondanks dat eiser stelt zelf slachtoffer te zijn, registreerde Rabobank hem in het Incidentenregister, het Extern Verwijzingsregister (EVR) en het Intern Verwijzingsregister (IVR) vanwege betrokkenheid bij frauduleuze transacties.
Eiser vordert verwijdering van zijn gegevens uit deze registers en herstel van zijn bankrelatie. De rechtbank oordeelt dat de registratie gerechtvaardigd is op grond van concrete feiten en omstandigheden die een zwaardere verdenking dan een redelijk vermoeden van schuld opleveren. Wel acht de rechtbank een registratieperiode van vier jaar disproportioneel en beperkt deze tot twee jaar.
Daarnaast heeft Rabobank de bankrelatie met eiser opgezegd wegens niet-integer gedrag. De rechtbank stelt dat Rabobank haar zorgplicht heeft nageleefd en een zwaarwegend belang heeft bij beëindiging. Echter, vanwege het belang van eiser om deel te nemen aan het betalingsverkeer, wordt Rabobank veroordeeld de bankrelatie te herstellen als binnen een week na het vonnis geen convenantrekening is verstrekt.
De rechtbank wijst het meer of anders gevorderde af en bepaalt dat partijen ieder hun eigen proceskosten dragen.
Uitkomst: Registratie in fraude- en verwijzingsregisters wordt beperkt tot twee jaar en Rabobank moet bankrelatie herstellen indien convenantrekening niet binnen een week wordt verstrekt.