Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen
[Naam], eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, met de Albanese nationaliteit, werd geconfronteerd met een terugkeerbesluit en een inreisverbod van twee jaar, alsmede een maatregel van bewaring opgelegd door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Eiser voerde aan dat de persoonlijke omstandigheden, waaronder de ziekte van zijn moeder en zijn rol in haar medische begeleiding binnen de EU, onvoldoende zijn meegewogen bij het opleggen van het inreisverbod.
De rechtbank oordeelde dat de persoonlijke omstandigheden van eiser voldoende zijn betrokken bij het besluit en dat het inreisverbod terecht is opgelegd en niet verkort hoeft te worden. Daarnaast werd de maatregel van bewaring opgeheven door verweerder, waarna eiser een verzoek tot schadevergoeding indiende wegens vermeende onrechtmatigheid van de bewaring.
De rechtbank stelde vast dat de staandehouding van eiser op het terrein van DFDS Seaways een strafrechtelijke staandehouding betrof op grond van artikel 461 Sr Pro, en geen verkapte vreemdelingenrechtelijke aanhouding. De rechtbank oordeelde dat het niet aan de vreemdelingenrechter is om de rechtmatigheid van de strafrechtelijke staandehouding te toetsen, tenzij een bevoegde strafrechter de onrechtmatigheid heeft vastgesteld, wat hier niet het geval was.
Daarom werden de beroepen tegen het terugkeerbesluit, inreisverbod en de maatregel van bewaring ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De beroepen tegen het terugkeerbesluit, inreisverbod en maatregel van bewaring zijn ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.