Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 april 2022 in de zaak tussen
[eiseres], te [plaats], eiseres
Procesverloop
Overwegingen
).
Rechtbank Den Haag
Eiseres, die sinds 2011 ziekgemeld is met psychische en lichamelijke klachten, vroeg een WIA-uitkering aan per 1 juli 2016 wegens vermeende toegenomen arbeidsongeschiktheid. Het UWV weigerde deze uitkering omdat de beperkingen niet toegenomen zouden zijn ten opzichte van de eerdere beoordeling in 2012. Na bezwaar en beroep werd het bezwaar aanvankelijk ongegrond verklaard, maar het eerste bestreden besluit werd ingetrokken wegens schending van de hoorplicht.
De rechtbank beoordeelde het tweede bestreden besluit waarbij het UWV het standpunt handhaafde dat de klachten niet waren verergerd en dat de arbeidsongeschiktheid niet was toegenomen door dezelfde ziekteoorzaak. Dit oordeel was gebaseerd op zorgvuldige medische rapporten van verzekeringsartsen, die dossieronderzoek, lichamelijk en psychisch onderzoek en overleg met de behandelend sector omvatten.
De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de ingebrachte medische stukken geen aanleiding gaven het oordeel te herzien. De schending van de hoorplicht was hersteld door het intrekken van het eerste besluit. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Wel werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten vanwege het eerdere verzuim.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen het weigeren van een WIA-uitkering per 1 juli 2016 wordt ongegrond verklaard.