ECLI:NL:RBDHA:2022:5045
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ingangsdatum verblijfsvergunning asiel na meerdere aanvragen
Eiser, geboren in 1980 in Turks Koerdistan, heeft sinds 2015 meerdere asielaanvragen in Nederland ingediend, waarvan de eerste niet in behandeling werd genomen vanwege de Dublin-verordening. Na een afwijzing en daaropvolgende rechtsprocedures, diende eiser op 20 september 2021 een nieuwe asielaanvraag in die door verweerder werd ingewilligd met ingang van die datum.
Eiser betwistte dat de verblijfsvergunning niet met terugwerkende kracht vanaf 9 december 2015, de datum van zijn eerste aanvraag, is verleend. Hij voerde aan dat zijn situatie sinds die tijd niet was veranderd en dat het gevaar voor schending van zijn rechten volgens het EVRM nog steeds reëel was.
De rechtbank oordeelde dat de wet voorschrijft dat de vergunning wordt verleend vanaf de datum van de ingediende aanvraag. Omdat eiser geen verzoek om bestuurlijke heroverweging had ingediend, was de ingangsdatum van 20 september 2021 terecht. Het ingediende verweerschrift werd vanwege te late indiening buiten beschouwing gelaten, maar dit leidde niet tot gegrondverklaring van het beroep.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees op de mogelijkheid voor eiser om alsnog een verzoek om bestuurlijke heroverweging in te dienen voor de eerdere aanvraag. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de verblijfsvergunning terecht is verleend met ingang van 20 september 2021.