ECLI:NL:RVS:2018:3742
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H.G. Lubberdink
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Vreemdeling krijgt hoger beroep gegrond verklaard tegen afwijzing herzieningsverzoek verblijfsvergunning asiel
De vreemdeling had in 2009 een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel ingediend die werd afgewezen. In 2016 diende hij een opvolgende aanvraag in die werd ingewilligd met ingang van die datum. Vervolgens verzocht hij om herziening van het oorspronkelijke afwijzingsbesluit met terugwerkende kracht vanaf 2009, wat werd afgewezen omdat het eerdere besluit in rechte vaststond.
De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond, maar de vreemdeling ging in hoger beroep. De Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris verplicht is om op een dergelijk herzieningsverzoek te beslissen, ook als er een opvolgende aanvraag is ingewilligd en het eerdere besluit in rechte vaststaat.
De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond. De staatssecretaris werd opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de overwegingen van de Raad van State. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en de staatssecretaris wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen op het herzieningsverzoek.