ECLI:NL:RBDHA:2022:4327
Rechtbank Den Haag
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek vergoeding kosten advocaat na sepot coronademonstratie
De strafzaak tegen verzoeker, die werd verdacht van overtreding van artikel 11 van Pro de Wet openbare manifestaties tijdens een coronademonstratie op het Malieveld, is beëindigd door een sepotbeslissing van de officier van justitie wegens ouderdom van het feit. Verzoeker vroeg vergoeding van advocaatkosten en kosten voor het verzoekschrift op grond van artikel 530 Sv Pro.
De rechtbank Den Haag behandelde het verzoek in raadkamer en oordeelde dat hoewel het verzoek tijdig en ontvankelijk was, geen gronden van billijkheid aanwezig waren om vergoeding toe te kennen. De verdenking jegens verzoeker was stevig, mede omdat hij aanwezig was tijdens de verboden demonstratie en niet vertrok ondanks meerdere oproepen van de politie.
De rechtbank nam mee dat de sepotbeslissing op basis van opportuniteit was genomen vanwege een grote achterstand in de strafrechtketen en niet wegens gebrek aan bewijs. De rechtbank concludeerde dat de kosten van rechtsbijstand voor rekening van verzoeker blijven en wees het verzoek af.
Uitkomst: Verzoek tot vergoeding van advocaatkosten na sepot wordt afgewezen wegens ontbreken van gronden van billijkheid.