ECLI:NL:RBDHA:2022:4138
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Recht op studiefinanciering voor migrerend werknemer volgens Unierecht
Eiser, een EU-burger, vroeg studiefinanciering aan voor de periode november 2019 tot en met augustus 2020. Verweerder wees de aanvraag af vanwege het niet voldoen aan de nationaliteitseis en het uren- en inkomstencriterium uit de Beleidsregel migrerend werknemerschap.
De rechtbank stelde vast dat verweerder het primaire besluit onvoldoende had gemotiveerd en dat geen individuele beoordeling had plaatsgevonden, terwijl dit op grond van de Beleidsregel wel vereist was. De rechtbank oordeelde dat eiser in de periode november en december 2019 reële en daadwerkelijke arbeid had verricht die niet marginaal was, waardoor hij als migrerend werknemer in de zin van het Unierecht moet worden beschouwd.
Voor de periode januari tot en met augustus 2020 was de arbeid van eiser marginaal en kon hij niet als migrerend werknemer worden aangemerkt. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en herroept het primaire besluit voor de periode november en december 2019, waarbij eiser recht krijgt op studiefinanciering. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Eiser krijgt voor november en december 2019 studiefinanciering toegekend als migrerend werknemer; voor de periode daarna wordt dit afgewezen wegens marginale arbeid.