ECLI:NL:RBDHA:2022:4028
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet-inbehandelingname asielaanvraag op grond van Dublinverordening en interstatelijk vertrouwensbeginsel
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Italië volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. De rechtbank heeft het beroep samen met een andere zaak op 21 april 2022 behandeld, waarbij eiser niet aanwezig was.
De rechtbank bevestigt het interstatelijk vertrouwensbeginsel dat ervan uitgaat dat Italië de asielaanvraag adequaat en conform Europese richtlijnen zal behandelen. Eiser moest aannemelijk maken dat hij bij overdracht aan Italië een reëel risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro of artikel 4 Handvest Pro EU, maar slaagde hier niet in.
Eiser voerde psychische problemen aan en verwees naar rapporten, maar deze werden onvoldoende onderbouwd. Ook het beroep op het arrest C.K. tegen Slovenië faalde wegens gebrek aan medische onderbouwing. De rechtbank zag geen aanleiding om artikel 17 Dublinverordening Pro toe te passen en verklaarde het beroep ongegrond.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen een week na bekendmaking.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.