ECLI:NL:RBDHA:2022:3985
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Legesvrijstelling voor voortgezet verblijf verwesterde Afghaanse meisjes toegewezen
Eisers, verwesterde minderjarige Afghaanse meisjes en hun gezinsleden, vroegen om wijziging van hun verblijfsvergunning naar voortgezet verblijf en vroegen vrijstelling van leges. Verweerder wees dit af en legde leges op, wat leidde tot beroep bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelde dat het asielmotief 'verwestering' sinds 2014 niet meer als grond voor asiel geldt, maar dat de rechtspositie van eisers door de hoge leges voor omzetting van tijdelijke humanitaire verblijfsvergunningen naar voortgezet verblijf verslechterd was. Verweerder had de leges gedeeltelijk verlaagd, maar niet gemotiveerd waarom niet volledig vrijgesteld.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat eisers geen leges verschuldigd zijn voor de omzetting, aansluitend bij de legesvrije verlenging van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Verweerder moet de reeds betaalde leges terugbetalen en proceskosten vergoeden.
Uitkomst: Eisers zijn geen leges verschuldigd voor de omzetting van hun verblijfsvergunningen en de betaalde leges worden terugbetaald.