ECLI:NL:RVS:2016:3011
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- N. Verheij
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering verblijfsvergunning voor verwesterde Afghaanse minderjarige
De staatssecretaris weigerde op 20 januari 2016 ambtshalve een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd aan een verwesterde Afghaanse minderjarige vrouw, omdat zij niet acht jaar in Nederland verbleef. De rechtbank verklaarde het beroep hiertegen ongegrond. De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State overweegt dat het beleid voor verwesterde Afghaanse schoolgaande meisjes, opgenomen in paragraaf B8/10.1 van de Vreemdelingencirculaire 2000, geen materiële wijziging beoogt ten opzichte van de eerdere werkinstructie. Deze laatste bepaalde dat bij het niet voldoen aan bepaalde vereisten, zoals verblijfsduur, een zwaardere bewijslast geldt om verwestering aannemelijk te maken.
De vreemdeling voldeed aan leeftijd en schoolgaande status, maar niet aan de verblijfsduur van acht jaar. De staatssecretaris had echter niet onderzocht of zij met een zwaardere bewijslast haar verwestering aannemelijk kon maken. De Raad van State oordeelt dat de rechtbank dit niet heeft onderkend en vernietigt het vonnis en het besluit van de staatssecretaris. Het beroep wordt gegrond verklaard en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit van de staatssecretaris tot weigering van de verblijfsvergunning wordt vernietigd.