ECLI:NL:RBDHA:2022:3941
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag militair arbeidsongeschiktheidspensioen wegens formele rechtskracht eerder besluit
Eiser, die in 1995 eervol ontslag kreeg als beroepsmilitair vanwege blijvende ongeschiktheid voor militaire dienst, vroeg in 2020 een militair arbeidsongeschiktheidspensioen aan. Verweerder wees deze aanvraag af omdat eiser niet arbeidsongeschikt is verklaard in een beschikking uit 1998, waartegen eiser geen bezwaar heeft gemaakt, waardoor deze beschikking formele rechtskracht heeft.
Eiser betwistte de afwijzing en stelde dat hij de beschikking uit 1998 niet had ontvangen en verweerder niet kon aantonen dat deze naar het juiste adres was verzonden. De rechtbank oordeelde dat eiser redelijkerwijs bekend had moeten zijn met het besluit, mede omdat hij wist dat hij geen arbeidsongeschiktheidsuitkering ontving. Ook ontbraken nieuwe feiten of omstandigheden die een heroverweging zouden rechtvaardigen.
De rechtbank concludeerde dat het eerdere besluit rechtmatig is en dat eiser geen aanspraak kan maken op een arbeidsongeschiktheidspensioen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en verweerder hoefde de proceskosten niet te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een militair arbeidsongeschiktheidspensioen wordt ongegrond verklaard.