ECLI:NL:RBDHA:2022:3149
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen besluit geen rechtmatig verblijf als werkzoekende met reële kans op werk
Eiser, een Poolse gemeenschapsonderdaan, betwistte het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid waarin werd vastgesteld dat hij geen rechtmatig verblijf in Nederland heeft omdat hij niet kan worden aangemerkt als werkzoekende met een reële kans op werk. De rechtbank behandelde het beroep en oordeelde dat verweerder terecht heeft vastgesteld dat eiser onvoldoende sollicitatie-inspanningen heeft verricht en zijn persoonlijke omstandigheden niet met objectief bewijs heeft onderbouwd.
De rechtbank overwoog dat eiser geen rechtmatig verblijf heeft als economisch niet-actieve gemeenschapsonderdaan en dat hij niet als werknemer of zelfstandige werkzaam is. De belangenafweging viel in het nadeel van eiser uit, mede vanwege zijn langdurige bijstandsuitkering, beperkte banden met Nederland en onvoldoende invulling van het gezinsleven met zijn dochter. Tevens is vastgesteld dat zijn medische behandeling ook in Polen kan plaatsvinden.
De rechtbank verwierp het verweer dat sprake zou zijn van vooringenomenheid en dat eiser ten onrechte niet als werkzoekende werd beschouwd. Ook werd geoordeeld dat het besluit geen schending van artikel 8 EVRM Pro oplevert. Het beroep werd ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling werd niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het besluit dat hij geen rechtmatig verblijf heeft als werkzoekende met reële kans op werk is ongegrond verklaard.