ECLI:NL:RBDHA:2022:2251
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep na onvoorwaardelijke toekenning asielvergunning
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid waarin zijn asielaanvraag in de verlengde procedure werd ingewilligd op grond van artikel 29, eerste lid, onder b, van de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank heeft op 9 maart 2022 de zaak behandeld en vastgesteld dat de asielvergunning onvoorwaardelijk is verleend, geldig van 21 februari 2020 tot 25 februari 2025.
De rechtbank oordeelt dat eiser geen procesbelang heeft bij zijn beroep omdat de vergunning niet onder voorbehoud is verleend en het doorprocederen over de a-grond niet mogelijk is zolang de vergunning geldig is. De verwijzing naar een mogelijke herbeoordeling na het besluit- en vertrekmoratorium voor Afghanistan leidt niet tot een voorwaardelijke vergunning.
Eiser heeft zich beroepen op het arrest Torubarov, maar dit verandert niets aan het oordeel over het ontbreken van procesbelang. De rechtbank verklaart het beroep daarom niet-ontvankelijk en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang omdat de asielvergunning onvoorwaardelijk is verleend.