ECLI:NL:RBDHA:2022:2148
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond op naheffingsaanslag BPM ondanks schadeverleden auto
Eiser deed op 21 januari 2019 aangifte BPM voor een Mercedes AMG C43 en betaalde € 3.423. De Belastingdienst legde een naheffingsaanslag van € 6.562 op, zonder rekening te houden met waardevermindering door ex-schade. Eiser betwistte dit en verwees naar taxatierapporten en richtlijnen van TMV en NIVRE.
De rechtbank oordeelde dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat de ex-schade een blijvende waardevermindering veroorzaakt, ondanks het schadeverleden. Het taxatierapport bevestigde het schadeverleden, maar niet de omvang van de waardevermindering na herstel.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Wel werd eiser een vergoeding van € 500 toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn in de beroepsfase, mede vanwege coronamaatregelen die zittingen vertraagden. Daarnaast kreeg eiser proceskostenvergoeding van € 541 en het betaalde griffierecht van € 174 terug.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag BPM wordt ongegrond verklaard, met een vergoeding van € 500 wegens overschrijding redelijke termijn.