ECLI:NL:GHDHA:2023:685
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen naheffingsaanslag BPM en waardevermindering door ex-schade
Belanghebbende deed aangifte BPM voor een Mercedes AMG C43 en betaalde € 3.423. De Inspecteur legde een naheffingsaanslag op van € 6.562, welke gehandhaafd werd na bezwaar. De Rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en kende een immateriële schadevergoeding toe wegens overschrijding redelijke termijn.
In hoger beroep stond centraal of terecht geen waardevermindering wegens ex-schade werd toegepast. Belanghebbende stelde dat de auto ondanks herstel een blijvende waardevermindering had, onderbouwd met een taxatierapport en richtlijnen van TMV en NIVRE. De Inspecteur en het Hof oordeelden dat belanghebbende onvoldoende bewijs leverde; de schade was niet van dien aard dat een blijvende waardevermindering gerechtvaardigd was.
Het Hof stelde vast dat de redelijke termijn met zeven maanden was overschreden en verhoogde de immateriële schadevergoeding naar € 1.000. Tevens corrigeerde het Hof de proceskostenvergoeding naar een hoger forfaitair tarief en veroordeelde de minister voor Rechtsbescherming tot vergoeding van immateriële schade, proceskosten en griffierecht. De uitspraak van de Rechtbank werd voor het overige bevestigd.
Uitkomst: Het Hof vernietigt het vonnis voor immateriële schade en proceskosten, verhoogt de vergoeding en bevestigt het overige.