ECLI:NL:RBDHA:2022:2103
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsrecht afgeleid uit EU-burgerschap wegens geldig Spaans verblijfsdocument en onvoldoende zorgrelatie
Eiseres, een Marokkaanse vrouw, verzocht om een verblijfsdocument in Nederland op grond van artikel 20 VWEU Pro en het arrest Chavez-Vilchez, omdat zij bij haar Nederlandse zoon wil verblijven. Verweerder wees de aanvraag af omdat eiseres een geldig langdurig verblijfsrecht in Spanje bezit tot november 2022, waardoor haar zoon niet gedwongen zou worden de EU te verlaten.
Eiseres voerde aan dat zij recht heeft op afgeleid verblijfsrecht en dat zij ten onrechte niet is gehoord. De rechtbank oordeelde dat eiseres onvoldoende bewijs heeft geleverd dat haar Spaanse verblijfsrecht is beëindigd en dat er geen sprake is van een afhankelijkheidsrelatie met haar echtgenoot zoals vereist volgens het arrest K.A. Ook kon eiseres niet aannemelijk maken dat zij minimaal drie maanden hoofdverblijf met haar zoon in Spanje had, zoals vereist onder Richtlijn 2004/38.
De rechtbank stelde vast dat de hoorplicht niet is geschonden omdat het bestuursorgaan redelijkerwijs kon concluderen dat het bezwaar niet tot een ander besluit zou leiden. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een verblijfsdocument wordt ongegrond verklaard.