Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 maart 2022 in de zaak tussen
[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Den Haag, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
informed consentgeen sprake, zodat dit een schending van het huisrecht oplevert. De bevindingen tijdens het huisbezoek moeten daarom buiten beschouwing blijven bij beantwoording van de vraag of sprake was een gezamenlijke huishouding. Volgens eiseres wordt hoe dan ook niet voldaan aan de criteria voor een gezamenlijke huishouding.
informed consent. De combinatie van de aangetroffen situatie in de woning met de verklaringen van de heer [A] maakt dat sprake was van een gezamenlijke huishouding.
informed consent. Alleen als sprake is van een redelijke grond kunnen gevolgen aan het weigeren van het huisbezoek worden verbonden. Van een redelijke grond is sprake als voorafgaand aan het huisbezoek (1) duidelijk is dát en op grond van welke concrete objectieve feiten en omstandigheden redelijkerwijs kan worden getwijfeld aan de juistheid of volledigheid van de door betrokkene verstrekte gegevens, voor zover deze van belang zijn voor het vaststellen van het recht op bijstand en (2) deze gegevens niet op een andere effectieve en voor betrokkene minder belastende wijze kunnen worden geverifieerd. Ontbreekt een redelijke grond, dan moet de betrokkene erop worden geattendeerd dat het weigeren van toestemming geen gevolgen heeft voor de bijstandsverlening. De bewijslast ten aanzien van het
informed consentbij het binnentreden in de woning rust op het bijstandverlenend orgaan. [1]
informed consent. Dat het huisbezoek desondanks heeft plaatsgevonden levert daarom een inbreuk op van artikel 8, eerste lid, van het EVRM. Het huisbezoek draagt daarmee een onrechtmatig karakter, zodat de bevindingen van dat huisbezoek in beginsel niet mogen worden gebruikt bij de beoordeling van het recht op bijstand. De rechtbank ziet geen aanknopingspunten om van dit uitgangspunt af te wijken. De bevindingen van het huisbezoek moeten daarom buiten beschouwing blijven bij beantwoording van de vraag of sprake was een gezamenlijke huishouding.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- herroept de primaire besluiten I en II;
- bepaalt dat eiseres met ingang van 30 oktober 2019 recht heeft op bijstand naar de norm voor een alleenstaande;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het bestreden besluit;
- veroordeelt verweerder in de kosten van eiseres in bezwaar en beroep tot een bedrag van € 2.059,-;
- bepaalt dat verweerder eiseres het door haar betaalde griffierecht ten bedrage van
- € 48,- vergoedt.