ECLI:NL:RBDHA:2022:1853
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontslag militair wegens rijden onder invloed van alcohol op snorfiets
Eiser, werkzaam als militair bij de Koninklijke Marechaussee, werd ontslagen wegens het besturen van een snorfiets onder invloed van alcohol met een vastgesteld promillage van 840 µg/l. Het ontslag volgde op het beleid van de KMar dat bij dergelijke overtredingen in beginsel ontslag voorschrijft. Eiser betoogde dat het ontslag niet in verhouding stond tot zijn gedraging en verwees naar verlichtende omstandigheden zoals het ontbreken van intentie om te rijden, de rustige situatie, zijn goede staat van dienst, en het feit dat hij een snorfiets en geen auto bestuurde.
De rechtbank oordeelde dat het hoge alcoholpromillage, het tijdstip en de locatie (een fietspad) een ernstig gevaar voor anderen vormden, ongeacht het type voertuig. Er is geen bewijs nodig dat er daadwerkelijk andere weggebruikers aanwezig waren; het gevaar was voldoende vastgesteld. Verschillen in de afhandeling van rijden onder invloed tussen krijgsmachtdelen zijn gerechtvaardigd door de bijzondere positie van de KMar als politieorganisatie. Verlichtende omstandigheden wegen niet op tegen het algemene belang en de aard van de functie van eiser.
De rechtbank concludeerde dat het ontslag passend was en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door rechter M.R. Aaron en griffier A. Badermann op 8 maart 2022.
Uitkomst: Het beroep van de militair tegen zijn ontslag wegens rijden onder invloed van een snorfiets wordt ongegrond verklaard.