ECLI:NL:RBDHA:2022:16296
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging inreisverbod ondanks intrekking ongewenstverklaring en aanvullend terugkeerbesluit
Eiser, met de Sierra Leoonse nationaliteit, was in 2010 tot ongewenst vreemdeling verklaard en kreeg een terugkeerbesluit opgelegd. In 2022 werd de ongewenstverklaring opgeheven, maar de staatssecretaris legde een inreisverbod van twee jaar op en benoemde Nigeria als land van terugkeer in een aanvullend besluit.
Eiser voerde aan dat het intrekken van de ongewenstverklaring het terugkeerbesluit zou doen vervallen en dat het oorspronkelijke besluit niet voldeed aan de vereisten omdat het land van terugkeer ontbrak. De rechtbank oordeelde dat het terugkeerbesluit niet met terugwerkende kracht was ingetrokken en dat het aanvullend besluit met vermelding van Nigeria voldeed aan de vereisten volgens jurisprudentie van het Hof van Justitie en de Raad van State.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om vrijstelling van griffierecht toe. Het oordeel bevestigt dat het inreisverbod rechtmatig is gebaseerd op het geldige terugkeerbesluit, ondanks de intrekking van de ongewenstverklaring.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het inreisverbod is ongegrond verklaard en het inreisverbod blijft van kracht.