ECLI:NL:RVS:2024:2565
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank inzake inreisverbod na ongewenstverklaring vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft bij besluiten van 29 augustus 2022 en 1 december 2022 een verzoek van de vreemdeling ingewilligd om opheffing van zijn ongewenstverklaring, maar tegelijkertijd een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd. De vreemdeling heeft tegen deze besluiten beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die het beroep op 16 december 2022 ongegrond verklaarde.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze afdeling heeft het hoger beroep op 26 juni 2024 behandeld en geconcludeerd dat het hoger beroep geen gronden bevat die een vernietiging van het vonnis van de rechtbank rechtvaardigen. De motivering van de rechtbank wordt overgenomen en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.
De Raad van State bevestigt daarmee de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af. Tevens hoeft de staatssecretaris geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak is gedaan door een enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.