ECLI:NL:RBDHA:2022:14979
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bewaring vreemdeling zonder voorafgaand OM-akkoord uitzetting
Eiser, een Marokkaanse vreemdeling met strafrechtelijke antecedenten, werd op 9 november 2022 aangehouden en vervolgens een maatregel van bewaring opgelegd op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Eiser betwistte de rechtmatigheid van deze maatregel omdat voorafgaand geen akkoord van het Openbaar Ministerie (OM) was verkregen voor zijn uitzetting, terwijl dit akkoord pas na de inbewaringstelling werd gegeven.
De rechtbank overwoog dat de maatregel van bewaring gericht moet zijn op uitzetting, maar dat zicht op uitzetting niet gelijk is aan zekerheid van uitzetting. Volgens het beleid is een OM-akkoord vereist voor de feitelijke uitzetting, niet voor de inbewaringstelling. De rechtbank vond dat verweerder voldoende voortvarend had gehandeld door snel na de inbewaringstelling het OM te raadplegen en het akkoord te verkrijgen.
Eiser kon geen redenen aandragen waaruit zou blijken dat het OM nooit akkoord zou geven. De rechtbank verwierp daarom het beroep en wees ook het verzoek om schadevergoeding af. De rechtbank volgde niet de strikte benadering van een eerdere uitspraak waarin voorafgaand akkoord van het OM vereist werd geacht. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om schadevergoeding af.