ECLI:NL:RBDHA:2022:14916
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang bij wijziging verleningsgrond asielvergunning
Eiser, een Syriër, diende een asielaanvraag in en kreeg een verblijfsvergunning op de b-grond toegekend. Hij stelde beroep in tegen het besluit omdat hij meende dat hij als Ismaëliet recht had op een asielvergunning op de a-grond, die betere bescherming zou bieden, met name tegen het gewijzigde beleid omtrent gezinshereniging.
De rechtbank overwoog dat volgens vaste rechtspraak het belang ontbreekt om beroep in te stellen tegen een verleende b-grond vergunning zolang deze geldig is, ook als de verleningsgrond gewijzigd zou worden naar a-grond. Eiser voerde aan dat de a-grond betere waarborgen biedt, onder meer via de Gezinsherenigingsrichtlijn, maar de rechtbank verwierp dit omdat richtlijnen geen directe werking hebben en het gewijzigde beleid voor beide vergunningen gelijk is.
De rechtbank besprak uitgebreid de door eiser aangevoerde artikelen uit de Gezinsherenigingsrichtlijn en Kwalificatierichtlijn en concludeerde dat er geen feitelijk verschil in rechtspositie bestaat dat het procesbelang van eiser ondersteunt. Ook toekomstige mogelijke wijzigingen konden niet worden meegenomen. Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk wegens gebrek aan procesbelang.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang bij wijziging van de verleningsgrond van de verblijfsvergunning.