Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[minderjarige], V-nummer: [v-nummer] (gemachtigde: mr. G.J. Dijkman),
Rechtbank Den Haag
Eisers hebben beroep ingesteld tegen de besluiten van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid waarin hun asielaanvragen niet in behandeling zijn genomen omdat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling volgens de Dublinverordening. Eisers stelden dat overdracht niet kan plaatsvinden vanwege slachtofferschap mensenhandel en het belang van hun minderjarige kind.
De rechtbank oordeelt dat het mogelijke slachtofferschap mensenhandel en de bedenktijd in deze Dublinprocedure niet leiden tot het niet kunnen nemen van een overdrachtsbesluit. De Dublinprocedure richt zich uitsluitend op de vaststelling van de verantwoordelijke lidstaat, los van de mensenhandelprocedure. Het interstatelijk vertrouwensbeginsel rechtvaardigt het vertrouwen in Italië als verantwoordelijke lidstaat, mede ondersteund door jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak en het Europees Hof voor de Rechten van de Mens.
Hoewel eisers wijzen op de kwetsbare positie van hun minderjarige kind en de opvangsituatie in Italië, is volgens de rechtbank voldoende rekening gehouden met het belang van het kind. Eisers kunnen klachten indienen bij de Italiaanse autoriteiten indien zij problemen ondervinden. De beroepen worden ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De beroepen tegen de overdracht naar Italië worden ongegrond verklaard.