ECLI:NL:RBDHA:2022:14625
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen weigering asielaanvraag op grond van Dublinverordening ondanks opvangtekort in Frankrijk
Eiseres, een alleenstaande jonge vrouw met psychische klachten, diende een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder weigerde deze in behandeling te nemen omdat Frankrijk volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. Eiseres voerde aan dat vanwege structurele tekortkomingen in de opvang in Frankrijk en haar kwetsbare situatie concrete garanties voor opvang en medische zorg nodig zijn.
De rechtbank erkent het tekort aan opvangcapaciteit in Frankrijk en de risico's die dit met zich meebrengt, maar stelt dat verweerder op basis van het interstatelijk vertrouwensbeginsel mag uitgaan van de garanties van de Franse autoriteiten. De medische stukken tonen geen zodanige bijzondere omstandigheden dat een uitzondering op de Dublinverordening gerechtvaardigd is.
De rechtbank oordeelt dat geen concrete individuele garanties nodig zijn en dat de overdracht aan Frankrijk niet leidt tot een schending van artikel 3 EVRM Pro of artikel 4 Handvest Pro. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de asielaanvraag op grond van de Dublinverordening wordt ongegrond verklaard.