Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer voor vreemdelingenzaken in de zaak tussen
[eiser] ,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
21 april 2021 een zienswijze op dit voornemen ingediend. Eiser en referente zijn op
6 juli 2021 door een ambtelijke commissie simultaan gehoord.
I am currently investigating a possible sham marriage of one [eiser] in the Netherlands.’)blijkt duidelijk dat er op het moment van het verzenden van deze e-mail reeds een onderzoek liep naar een mogelijk schijnhuwelijk tussen eiseres en referent. Op de zitting heeft verweerder naar voren gebracht dat er contact is opgenomen met de Cypriotische autoriteiten naar aanleiding van een anonieme melding. Omdat de rechtbank niet kan toetsen of er sprake was van een dergelijke melding, kan de rechtbank niet nagaan of er op het moment van het instellen van het onderzoek sprake was van een gegrond vermoeden van rechtsmisbruik. Het valt bij die stand van zaken dan ook niet uit te sluiten dat sprake is van een stelselmatige of willekeurige controle die niet gebaseerd is op een individueel vermoeden van rechtsmisbruik. Nu verweerder verder geen andere vermoedens of indicatoren naar voren heeft gebracht die aanleiding hebben gevormd om het onderzoek in te stellen, is de rechtbank van oordeel dat van voldoende concrete aanwijzingen voor een vermoeden van misbruik van de in de Verblijfsrichtlijn neergelegde rechten niet is gebleken.