ECLI:NL:RBDHA:2022:14418
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Last onder dwangsom wegens overtreding drugshandel op openbare plaats
Eiser werd op 12 maart 2021 door de politie aangehouden na een controle waarbij vermoedens bestonden van betrokkenheid bij drugshandel. Tijdens de achtervolging werden op de vluchtlocatie twee sokken met 15,1 gram cocaïne gevonden. Eiser had ook contant geld en een telefoon met zelfvernietigende berichten bij zich. De burgemeester van Kaag en Braassem legde op basis van deze feiten een last onder dwangsom op wegens overtreding van artikel 2.74 van de Algemene plaatselijke verordening (APV).
Eiser voerde in beroep aan dat hij niets met de drugs te maken had en wees op het ontbreken van strafrechtelijke vervolging. De rechtbank oordeelde echter dat verweerder terecht uitging van de juistheid van de bestuurlijke rapportage, die niet gemotiveerd werd weersproken door eiser. De combinatie van vluchtgedrag, het verstoppen van iets in de onderbroek, de vondst van cocaïne op de vluchtroute, contant geld en antecedenten rechtvaardigen het oordeel dat eiser de APV heeft overtreden.
De rechtbank wees het beroep af en bepaalde dat eiser het griffierecht niet terugkrijgt en geen proceskostenvergoeding ontvangt. De uitspraak is gedaan door rechter G.P. Kleijn op 19 december 2022 en partijen kunnen binnen zes weken hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de last onder dwangsom wordt ongegrond verklaard.