ECLI:NL:RBDHA:2022:14384
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wijziging verblijfsdoel wegens onvoldoende bewijs huiselijk geweld
Eiser, een Marokkaanse vreemdeling met een verblijfsvergunning regulier voor verblijf bij zijn ex-partner, verzocht om wijziging van het verblijfsdoel naar 'niet-tijdelijke humanitaire gronden' vanwege huiselijk geweld. Verweerder trok de verblijfsvergunning met terugwerkende kracht in en wees de wijzigingsaanvraag af omdat eiser niet voldeed aan de voorwaarden en onvoldoende bewijs leverde van huiselijk geweld.
De rechtbank oordeelt dat eiser geen gronden heeft aangevoerd tegen de intrekking en erkent dat hij niet aan de vijfjaarseis voldoet. Het geschil betreft of bijzondere omstandigheden, namelijk huiselijk geweld, een wijziging van het verblijfsdoel rechtvaardigen. De rechtbank stelt vast dat het bewijs onvoldoende is: de aangifte bij de politie betreft een bedreiging na relatiebreuk, en er is geen bewijs van fysiek geweld. De GGZ-verklaring wijkt af van de aangifte, en het verzoek tot contactverbod werd afgewezen.
Verder is de hoorplicht niet geschonden omdat verweerder op voorhand aannam dat geen ander besluit zou volgen. Het beroep wordt ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door rechter M.J.L. van der Waals en griffier N.Y. Majoor op 2 december 2022.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de wijziging van het verblijfsdoel wegens onvoldoende bewijs van huiselijk geweld wordt ongegrond verklaard.