ECLI:NL:RVS:2015:517
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H.G. Sevenster
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag verblijfsdocument voor derdelands familielid EU-burger na verblijf in gastlidstaat
De zaak betreft het hoger beroep van de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag die een besluit van de minister voor Immigratie, Integratie en Asiel vernietigde. De minister had een aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsdocument als derdelands familielid van een EU-burger afgewezen. De rechtbank oordeelde dat de vreemdeling aannemelijk had gemaakt dat zij en haar EU-burger referent langer dan drie maanden in Spanje hadden verbleven en daar een gezinsleven hadden opgebouwd.
De staatssecretaris voerde in hoger beroep aan dat de vreemdeling onvoldoende bewijs had geleverd van het verblijf van ten minste drie maanden in Spanje, onder meer omdat referent ingeschreven bleef in de Nederlandse basisadministratie en niet in Spanje werkte. Ook werden diverse bewijsstukken als momentopnamen gezien en getuigenverklaringen als onvoldoende objectief.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde echter dat de vreemdeling voldoende bewijs had geleverd door een combinatie van administratieve documenten, EU-verblijfsdocumenten en ondersteunende getuigenverklaringen. De staatssecretaris had geen beleidsregels opgesteld over welke documenten vereist zijn en kon niet aantonen dat het bewijs onvoldoende was. Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling. De Afdeling benadrukte dat het verblijf en het centrum van belangen in de gastlidstaat aannemelijk moeten worden gemaakt om aanspraak te maken op het afgeleid verblijfsrecht van artikel 21 VWEU Pro, conform het arrest van het Hof van Justitie van 12 maart 2014 (zaak C-456/12).
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.