ECLI:NL:RBDHA:2022:1417
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering WIA-uitkering wegens hennepkwekerij met vaststelling terugvorderingsbedrag
Eiser ontvangt sinds oktober 2016 een WIA-uitkering. Na een melding van een hennepkwekerij in zijn huurwoning heeft het UWV de uitkering herzien en een bedrag van €6.509,58 teruggevorderd, plus een boete wegens schending van de informatieplicht. Eiser voerde aan dat hij de woning tijdelijk had afgestaan en geen voordeel had genoten van de kwekerij, en betwistte het terugvorderingsbedrag.
De rechtbank stelt vast dat het UWV terecht uitgaat van het bestaan van een hennepkwekerij in de woning en dat eiser betrokkenheid en voordeel niet overtuigend heeft weerlegd. Wel acht de rechtbank het onzorgvuldig dat het UWV het terugvorderingsbedrag niet heeft aangepast aan het lagere bedrag dat de strafrechter heeft vastgesteld (€5.956,55). Daarom vernietigt de rechtbank het bestreden besluit en stelt zij het terugvorderingsbedrag zelf vast op dit lagere bedrag.
De rechtbank oordeelt dat er geen dringende redenen zijn om af te zien van terugvordering of boete, mede omdat de financiële situatie van eiser al is meegenomen in een betalingsregeling. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht. De uitspraak is gedaan door rechter N.E.M. de Coninck op 18 februari 2022.
Uitkomst: De rechtbank stelt het terugvorderingsbedrag vast op €5.956,55 en vernietigt het bestreden besluit.